De magie van het ijs in Milaan
Terwijl Nederland momenteel in de ban is van het shorttracksucces van Xandra Velzeboer en de prestaties op de langebaan, kijk ik met een heel ander oog naar de komende Olympische Winterspelen van 2026 in Milaan en Cortina d'Ampezzo. In mijn dertig jaar in de danswereld heb ik geleerd dat dansen niet stopt bij de rand van de parketvloer. Kunstschaatsen bij de mannen is voor mij de ultieme vorm van dans op een messcherp randje. Het is een discipline waar atletisch vermogen en pure esthetiek samenkomen op een manier die we in de salsa of ballroom ook nastreven, maar dan met de extra uitdaging van glad ijs en duizelingwekkende sprongen.
De focus ligt tijdens deze Spelen vaak op de Nederlandse medaillespiegels, maar voor de echte liefhebber van beweging is het mannen-kunstschaatsen het absolute hoofdgerecht. We zien hier een verschuiving die ik in de danswereld ook herken: de strijd tussen technische perfectie en artistieke expressie. Het belooft in 2026 een titanenstrijd te worden in het Mediolanum Forum in Milaan.
Wanneer zitten we voor de buis?
Het programma voor de Winterspelen van 2026 staat inmiddels stevig in de steigers. Voor de heren bij het kunstschaatsen zijn er twee cruciale momenten die je in je agenda moet zetten. Volgens de laatste planningen van de organisatie en sportnieuwsbronnen vinden de belangrijkste onderdelen voor de mannen plaats in de eerste week van de Spelen.
- Dinsdag 10 februari 2026: De Korte Kür voor mannen. Dit is het moment waarop de techniek en de basisvaardigheden onder een vergrootglas liggen. Eén foutje in een verplichte sprong en de kans op goud is eigenlijk al verkeken.
- Donderdag 12 februari 2026: De Vrije Kür voor mannen. Hier komt de ware danser naar boven. Meer vrijheid in muziekkeuze, choreografie en de kans om echt een verhaal te vertellen op het ijs.
De wedstrijden worden gehouden in het Mediolanum Forum in Assago, vlakbij Milaan. Dit is een locatie waar de sfeer altijd elektrisch is, vergelijkbaar met een volle finale tijdens een internationaal danscongres.
De strijd om de Quad Axel: Ilia Malinin en de rest
Als we het over de favorieten hebben, kunnen we niet om de Amerikaan Ilia Malinin heen. Hij wordt de 'Quad God' genoemd en dat is niet voor niets. Hij was de eerste die de viervoudige axel landde in competitie. Vanuit mijn ervaring als danscoach kijk ik met verbazing naar zijn lichaamsbeheersing. De rotatiesnelheid die hij haalt, is bijna niet te bevatten. Maar de grote vraag voor 2026 is: blijft hij de jury overtuigen met alleen techniek, of weet hij ook de artistieke component — de 'Program Components Score' — naar een hoger niveau te tillen?
Tegenover de sprongkracht van Malinin staat de Japanse school met rijders zoals Yuma Kagiyama. Japanse schaatsers staan bekend om hun fenomenale 'flow' over het ijs en hun diepe kanten. Dat is wat wij in de danswereld 'grounding' noemen. Hoewel ze op ijs staan, zie je de verbinding met de vloer (of het ijs) in elke beweging terug. Ook de Fransman Adam Siao Him Fa is een naam om in de gaten te houden. Hij bracht onlangs de backflip terug in zijn routines, een beweging die lang verboden was maar nu weer voor spektakel zorgt. Het doet me denken aan de acrobatische salsa-stijlen uit Cali; het is riskant, maar het publiek gaat uit zijn dak.
De link tussen ijs en dansvloer
Mensen vragen me vaak: "Vanessa, waarom kijk jij als salsa-expert zo graag naar kunstschaatsen?" Het antwoord is simpel: de basis is hetzelfde. Of je nu een spin maakt op een dansvloer of een pirouette op het ijs, alles draait om je as, je core-stabiliteit en je focuspunt. In mijn lessen hamer ik altijd op de houding van de bovenrug en de positie van de armen. Als je naar de top van de kunstschaatswereld kijkt, zie je dat zij hun armen niet zomaar ergens laten hangen; elke vingerkootje doet mee in de presentatie.
Wat we kunnen leren van de mannen in Milaan is de manier waarop zij omgaan met druk. Terwijl de Nederlandse schaatshype zich concentreert op namen als Xandra Velzeboer of Jutta Leerdam, moeten de kunstschaatsers het doen in die ene paar minuten dat de muziek loopt. Er is geen tweede kans, geen herkansing. Die focus is iets wat elke danser zou moeten bestuderen.
Artistieke vrijheid en de backflip-discussie
Een interessant aspect voor 2026 is de reglementaire wijziging rondom de backflip. Jarenlang was dit een verboden element omdat het te gevaarlijk zou zijn en niet zou passen bij de 'elegantie' van de sport. Maar de sport evolueert. We zien dat de ISU (International Skating Union) meer ruimte geeft aan entertainment. Dit is een discussie die we in de danswereld ook vaak voeren: moet een dans strikt volgens de traditie, of mag je moderne, acrobatische elementen toevoegen om het publiek te boeien?
Persoonlijk vind ik dat de sport deze vernieuwing nodig heeft. Het trekt een jonger publiek en laat zien dat mannen op het ijs niet alleen sierlijk, maar ook ontzettend krachtig en stoer kunnen zijn. De choreografieën worden steeds moderner, met invloeden uit hiphop en contemporary dance. Dat maakt de Spelen in Milaan voor ons als dansliefhebbers interessanter dan ooit.
Wat betekent dit voor de Nederlandse kijker?
Hoewel Nederland in het kunstschaatsen bij de mannen helaas geen wereldtop is — onze focus ligt traditioneel op het hardrijden en shorttrack — is de belangstelling voor de sport wel aan het groeien. We zien dat de prestaties van Lindsay van Zundert bij de vrouwen de sport weer op de kaart hebben gezet. Voor de mannen hopen we in de toekomst ook op een Nederlandse afgevaardigde die zich kan meten met de wereldtop.
Tot die tijd kijken we vooral naar de internationale toppers om inspiratie op te doen voor onze eigen bewegingen. De manier waarop zij hun emotie overbrengen op een enorme ijsvloer, terwijl ze ondertussen rekening moeten houden met de techniek van een drievoudige lutz, is simpelweg bewonderenswaardig. Het herinnert ons eraan dat dansen, in welke vorm dan ook, altijd gaat over het vinden van de balans tussen controle en loslaten.
Milaan 2026 wordt niet alleen een sportevenement, het wordt een showcase van wat het menselijk lichaam kan bereiken als sport en kunst versmelten. Ik zit in ieder geval op 10 en 12 februari klaar met mijn notitieblok om te zien welke nieuwe trends we kunnen vertalen naar de dansvloer.